Je mediabudget. Het is waarschijnlijk een van de grootste kostenposten in je marketingplan. En toch, de keuze voor welke kanalen je dat budget inzet? Die wordt vaak gemaakt op basis van gevoel, traditie, of simpelweg: "iedereen doet het zo."
Maar wat als ik je vertel dat een Superbowl-achtige-commercial waar je van droomt misschien wel weggegooid geld is? Of dat die saai ogende folder in de bus effectiever kan zijn dan die fancy videocampagne?
De afgelopen jaren hebben we bij Unravel Research stapels neuro-onderzoek gedaan naar hoe verschillende mediatypen daadwerkelijk werken in het brein. En spoiler alert: bereik is lang niet alles. Sterker nog, het vertelt je bijna niks over of je campagne écht impact heeft.
Tijd om een aantal mythes de grond in te boren.
De mythe van "meer bereik = beter resultaat"
Laten we beginnen met het meest iconische voorbeeld: de Superbowl. Je weet wel, dat Amerikaanse sportevenement waar ongeveer 120 miljoen mensen naar kijken. Klinkt als de holy grail voor adverteerders, toch?
Een halve seconde reclametijd kost je daar 5 miljoen dollar. Vijf. Miljoen.
Maar hier komt het: voor hetzelfde bedrag kun je veel meer mensen, veel vaker bereiken via andere kanalen. Dus waarom blijven merken dan toch massaal investeren in die peperdure Superbowl-spot?
Het antwoord zit hem niet in het bereik. Het zit hem in de context. Wanneer je in een bepaalde omgeving adverteert, hecht een deel van die context zich aan jouw merk. Dat noemen we het halo-effect. De high-paced sportenergie, de spanning, het spektakel van de Superbowl - dat gaat een beetje naar jouw merk toe. Mensen verwerken je advertentie anders, ze besteden er meer aandacht aan, en ze maken onbewust de gevolgtrekking: "Als dit merk op de Superbowl adverteert, dan moet het wel goed zijn."
Maar - en dit is waar het interessant wordt - dit werkt alleen voor merken die daar vaker zitten. Merken die voor het eerst op de Superbowl adverteren? Die hebben buitensporig lage impact. Het lijkt erop dat je eerst die associatie moet opbouwen voordat het halo-effect écht werkt.
De les? Bereik op zich zegt vrijwel niks. Het gaat om hoe mensen je boodschap verwerken en welke associaties ze daarbij maken.
Wat neuro-onderzoek ons leert over mediaverwerking
Oké, dus als bereik niet het hele verhaal vertelt, waar moet je dan wel naar kijken? Daar hebben we grootschalige analyses voor gedaan waarbij we keken naar hoe verschillende platforms informatie, emotie en focus activeren in het brein.
Wat blijkt? Elk medium heeft zijn eigen superkracht.
Print en magazines zijn bijvoorbeeld fantastisch in het overdragen van informatie. Logisch ook - je leest het, neemt de tijd ervoor, verwerkt het bewust. Aan de andere kant heb je vluchtigere media zoals TV, die juist heel sterk zijn in het activeren van emotie. Denk aan die reclames die je kippenvel geven of waar je om moet lachen - dat is waar TV in uitblinkt.
We hebben dit ook in ons eigen neurolab getest. Mensen krijgen een eye tracker en een EEG op, waarmee we precies kunnen zien waar ze naar kijken én wat er in hun brein gebeurt op het gebied van emotie, aandacht en verwerking. En wat we in die onderzoeken zien, bevestigt dit steeds weer.
Maar er is nog een factor die vaak over het hoofd wordt gezien: proximity to purchase. Oftewel, hoe dicht zit het moment waarop iemand je advertentie ziet bij het moment waarop ze daadwerkelijk kunnen kopen?
Bij TV-reclame is die afstand groot. Je zit lekker op de bank, en misschien heeft wat je ziet invloed op wat je over drie maanden koopt. Maar bij radio zit die afstand al een stuk kleiner - mensen zijn vaak onderweg, richting een winkel. En bij Retail Media, dus advertenties in de supermarkt zelf, is die afstand minimaal.
Hoe kleiner die fysieke en mentale afstand tussen je advertentie en het koopmoment, hoe groter de invloed op koopgedrag.
Proximity to purchase: waarom timing cruciaal is
Hier wordt het pas echt strategisch. Want niet elk product wordt op dezelfde plek gekocht.
Producten die we vooral thuis kopen - denk aan een auto, een vakantie, een verzekering - daar werken advertenties die we ook thuis consumeren buitensporig goed voor. Je zit op de bank, je scrolt door je feed of kijkt TV, en je maakt die grote beslissing in diezelfde context.
Voor een pak melk dat je in de supermarkt koopt? Daar werkt Retail Media juist weer veel effectiever. Je staat letterlijk voor het schap, ziet de advertentie, en pakt het product.
Het draait dus niet alleen om welk medium je kiest, maar ook om wát je verkoopt en wáár mensen die aankoopbeslissing maken. En dat vereist een hele andere manier van denken dan "laten we maar wat TV-spots inkopen."
Het verschil tussen emotie, informatie en merkimago
Nu wordt het tijd om nog iets specifieker te worden. Want zelfs binnen één medium type, zoals TV, zijn er enorme verschillen in hoe effectief je campagne is - afhankelijk van de context.
Neem bijvoorbeeld een emotionele of humoristische reclame. Die werkt het beste wanneer het programma eromheen vrij neutraal is. Dus een grappige frisdrank-commercial? Die kun je beter na het weerbericht zetten dan na een hilarische comedy. Want wat gebeurt er als de content zelf al heel emotioneel of grappig is? Dan zoomt de kijker uit bij de reclames. De grap is ineens niet meer zo leuk. Dat contrasteffect zorgt ervoor dat je impact verdampt.
Bij papieren media zien we weer iets heel anders. In samenwerking met PostNL hebben we de kracht van papier onderzocht - folders, direct mail, afgezet tegen TV-commercials en banners. En wat blijkt? TV activeert emotioneel gezien meer positieve emoties, maar papier heeft een geheugenvoordeel.
Zodra er een tastbare, fysieke laag bij komt, maakt het brein veel meer herinnering aan. We weten dit allemaal: als je iets echt wilt onthouden, schrijf je het op. Er zit iets magisch in dat fysieke wat digitaal gewoon niet heeft.
En dan hebben we branded content. In een onderzoek met DPG Media en IPG Media Brands hebben we verschillende vormen van branded content vergeleken met klassieke banners. En hier zit de echte kracht: merkassociaties. Een banner doet het prima op informatie en emotie, maar scoort zwak op het versterken van je merkimago. Branded content daarentegen - een influencer die over je merk post, een artikel waarin je product verweven zit - dat creëert associaties.
Het halo-effect weer. Als iemand een influencer vertrouwt, gaat dat vertrouwen over op jouw merk. Diezelfde influencer heeft misschien een bepaalde lifestyle, een bepaalde vibe, en die gaat als het ware mee liften met jouw product. Dat kun je met een standaard banner gewoon niet bereiken.
Leer alle ins & outs over de perfecte mediastrategie in ons webinar
Oké, ik snap het. Dit is veel informatie. En we hebben nu alleen nog maar het topje van de ijsberg aangeraakt.
Want in het volledige webinar duiken we nog veel dieper in deze inzichten. We laten je precies zien welke mediatypen wanneer werken, hoe je het halo-effect strategisch kunt inzetten, en hoe je proximity to purchase kunt gebruiken om je campagnes veel effectiever te maken. Plus: we delen alle onderzoeksdata, concrete sheets en praktische frameworks die je direct kunt toepassen op je eigen mediastrategie.
Dit blog geeft je de basis, maar het webinar geeft je de complete toolkit.
Want laten we eerlijk zijn: je mediabudget is te waardevol om te verspillen aan kanalen die er misschien 'sexy' uitzien, maar niet de impact hebben die je nodig hebt. Het is tijd om strategischer te denken. Het is tijd om context boven bereik te zetten. En het is tijd om je mediastrategie te baseren op wat er daadwerkelijk gebeurt in het brein van je doelgroep.
Schrijf je in voor het webinar en krijg direct toegang tot alle inzichten, inclusief de sheets en PDF-downloads. Want wie weet hoeveel budget je daarmee morgen al kunt besparen 😉
PS Vond je dit blog waardevol en wil je het niet missen als we een nieuwe publiceren?
Schrijf je dan in voor onze updates, je bent met ruim 9.165 anderen in goed gezelschap.
NL
EN